Sprintgoud geeft eeuwige roem.

Mythe-vorming rond Maurice Greene en Marion Jones

Sprintgoud geeft eeuwige roem 


Frans Dreissen 

De schoenen waren betoverend. Het ene paar besprenkeld met blitse sterren en strepen, beslagen met een flinterdun zooltje van goud. Het andere uitgevoerd in glinsterend chroom. Typisch Amerikaans. En dus snel. 


Twee paar wonderschoenen droegen twee olympische rookies naar eeuwige roem op de 100 meter. Maurice Greene (9.87 seconden) bij de mannen en Marion Jones (10.75 seconden) bij de vrouwen. De snelste mensen van het universum.
Greene wierp zijn racemuiltjes naar het publiek. Als souvenir. De mythe-makende marketingstrategen van Nike zullen hem er eeuwig dankbaar voor zijn. Het draait in de sprint allemaal om show, om imago en charisma. Het was dus een berekend gebaar van Motor Mouth, zoals ze Greene in Australië noemen. Omdat zijn lippen vaak nog sneller bewegen dan zijn benen.
Greene is een kletsmajoor. Een spraakwaterval. De Kansas Canonball, opgegroeid in een getto, praat meestal over zichzelf. Zijn reputatie snelt hem altijd vooruit. Als jongen vertelde hij al hoe hij de wereld wilde veroveren. Jaren later repte hij over een wereldrecord (9.79 seconden), nota bene enkele maanden voordat hij zich er in Athene over zou ontfermen.
De afgelopen dagen sprak hij over niets anders dan dat zijn naam synoniem moest worden voor sprint. ,,Als je het over de 100 meter hebt, roepen de mensen meteen Carl Lewis. Ik wil dat ze de sprint vanaf nu voorgoed met mijn naam associëren.``
De finale was echter slechts ten dele een historische. Maurice Greene versloeg op een koude, winderige avond zijn vriend en trainingsmaatje Ato Boldon (Trinidad, 9.99 seconden) en Obadele Thompson (Bahama`s, 10.04) en bemachtigde zijn eerste olympische plak. Maar de botsing tussen de Top Guns van de atletiek ontbeerde de flonkering, de magie om nog lang herinnerd te worden.
Het was niet meer dan een stoeipartijtje. `Mo` Greene was te zeer voorbestemd voor goud. En de tijd, zijn 31ste inmiddels onder de tien seconden, niet goed genoeg. 

Roofdier
,,Ik heb mijn best gedaan``, sprak Greene. ,,Ik heb vier jaar keihard gewerkt voor een race die nog geen tien seconden duurde.`` Hij stak zijn tong uit voor de start, beet op zijn lippen en bewoog zijn martiale lijf als een ongedurig roofdier schokschouderend heen en weer. ,,Ik was zeer nerveus``, biechtte hij op.
Met deze olympische plak, de WK-titel en het wereldrecord heeft Greene zich wel in het pantheon van de sprinters geschaard. ,,Bij de allergrootsten.``
Vorige week zei hij nog: ,,Als ik geen goud win, is mijn carrière niks waard.`` Zaterdag werd de loopbaan van Greene dus gered. Hij werd enthousiast omhelsd door Boldon, drapeerde zich in de Amerikaanse vlag en liet zich uitbundig fêteren. De sponsors waren tevreden. Een tijd van negen en een beetje en goede propaganda. Greene, die vorig jaar een slordige drie miljoen dollar incasseerde, kan zich blijven verkopen. Met goud en de juiste chemie van charme en charisma.
 
De ereronden van Greene en Jones waren eigenlijk indrukwekkender dan de sprints zelf. Jones lachte, huilde, maakte een vreugdehupje, omhelsde haar moeder en broer en tooide zich met de vlaggen van Belize en de Verenigde Staten. ,,Mijn moeder is van Belize, ik ben voor de helft van Belize.``
De eerste stap van haar `drive for five` is gezet. Nog vier disciplines voor de boeg. ,,Ik wens haar veel geluk``, sprak Greene, ,,ik zou het zelf niet eens willen proberen.`` 

© GPD 



© maart 2000. Dit is een product van Running&Sound
RunningSound@hetnet.nl