
Haile denkt aan de marathon.
Olympisch kampioen 10.000 m Haile Gebrselassie zoekt
nieuwe uitdaging in de marathon
Gilbert Roox
Zeven jaar al is hij ongeslagen op 10.000 meter maar nog nooit kwam
wonderloper Haile Gebrselassie zo dicht bij de nederlaag als in Sydney. Na een
bloedstollende eindspurt bedroeg het verschil met de Kenyaan Tergat slechts
negen honderdsten -- een fotofinish bijna. Na vijftien wereldrecords en twee
olympische titels ziet Gebrselassie, die de jongste tijd sukkelde met een
achillespeesblessure, wat last geen uitdaging meer op de piste. ,,In Ethiopië
blijkt Abebe Bikila de grootste. Daar telt telt alleen de marathon.''
Een loper moet arm leven en zich arm voelen'', zei Paavo Nurmi, de legendarische
Finse loper, ooit. Lopen is de vrijheid van degene die niets heeft. Niemand
voldoet zo goed aan die definitie als Haile Gebrselassie, kind uit een
Ethiopische boerenfamilie van tien. Zijn vader wilde hem aan het werk op de
akker maar sinds Haile op de radio hoorde hoe Miruts Yifter tweemaal goud won op
de Spelen van Moskou, dacht hij alleen nog aan lopen.
Lopen was ontsnappen. Eerst uit zijn dorp Arssi naar de hoofdstad Addis Abeba,
waar hij twintig dollar per maand verdiende als loper in politiedienst, daarna
van Ethiopië naar Europa, wat het grote geld in meetings te verdienen viel. In
één wegkoers in Djakarta streek Gebrselassie in één klap een half miljoen
dollar als prijsgeld op. Daarvoor had hij in Ethiopië tweeduizend jaar moeten
werken.
Endurance, een vlak voor Sydney in de zalen gekomen speelfilm schetst de opgang
van Gebrselassie -- zijn naam betekent dienaar van de Drievuldigheid -- van
boerenzoon tot superster van de atletiek.
Alle clichés komen erin voor: zes mijl naar school, drie uur om water te halen,
elk jaar een nieuw broertje en zusje. Het is het verhaal van de meeste
hooglandlopers uit Oost-Afrika.
Velen zijn schattenjagers. Na twee, drie jaar goed verdienen keren ze het
atletiekcircus de rug toe en keren terug naar huis. Niet zo Haile Gebrselassie.
,,Ik wil blijven lopen tot ik sterf'', zegt hij. ,,Eigenlijk leef ik alleen als
ik loop. Eén dag de training missen en ik voel me al ziek.''
Alleen de allergrootsten slaagden erin twee keer goud te winnen op de 10.000
meter: Paavo Nurmi, Emile Zatopek, Lasse Viren. En misschien is Haile
Gebrselassie zelfs nog groter dan die illustere voorgangers.
Vijftien keer verbeterde hij een wereldrecord. Zijn toptijden op 5.000 meter
(12.39.36) en 10.000 meter (26.22.75) zullen allicht nog jaren overeind blijven.
Onvergetelijk zal in elk geval het lichtvoetige gemak blijven waarmee de kleine
Ethiopiër -- 1.60 meter voor 45 kilo -- zijn rondjes afmaalt. Voor de start van
de 10.000 meter gisteren stond hij zowaar aan één stuk door te glimlachen.
,,Ik ken niemand zoals Haile in de wereld van de topsport'', zegt manager Jos
Hermens, die hem naar Europa haalde. Sindsdien is Gebrselassie bijna een
pleegzoon geworden.
,,In Atlanta liep hij ook al de hele tijd te grijnzen. Hij is bikkelhard voor
zichzelf en tegelijk geniet hij van elk moment dat hij loopt. Hij lijkt niet te
weten wat stress is.''
Sinds 1993 heeft Gebrselassie (28) slechts één wedstrijd verloren. Tegen de
Kenyaan Daniel Komen was dat in 1997 op de 5.000 meter. ,,Ik denk dat dat de
enige keer in zijn leven was dat hij verzuring voelde'', zegt Hermens. ,,Na de
wedstrijd kwam hij naar me toe en vroeg: wat gebeurt er, op driehonderd meter
van het einde werden plots mijn benen helemaal hard. Ongelooflijk, hij wist niet
eens wat verzuring was.''
Het gemak waarmee de Ethiopïer in de jaren negentig de records deed vallen, gaf
uiteraard aanleiding tot geruchten over doping. Gebrselassie werd toch niet met
epo geprepareerd? ,,Geen sprake van'', zegt Hermens. ,,Zijn hematocrietwaarde
komt niet boven 42. Het hele geheim is keiharde training.''
Ook al slaat Gebrselassie tijdens het meetingseizoen zijn tenten op in
Nederland, trainen doet hij nog altijd in Ethiopië, op drieduizend meter hoogte.
Daar loopt hij series als zeven keer 400 meter in 56 seconden, met twee minuten
rust tussenin: een verschrikking in die zuurstofarme lucht. Geen wonder dat hij
vliegt als hij terugkeert in het laagland.
Na Sydney wordt de marathon zijn nieuwe uitdaging. Want Haile Gebrselassie wil
de grootste zijn. En in zijn land is dat nog altijd Abebe Bikila, de man die in
Rome en Tokyo op blote voeten voeten de olympische marathon won: ,,In Ethiopië
telt alleen de marathon.''
Of hij ook op de langste afstand schitteren kan, blijft intussen een open vraag.
Gebrselassie heeft een heel eigen loopstijl. Hij bolt niet zijn voetzool af van
hiel naar teen maar loopt op zijn voorvoet zoals sprinters doen. Voor 42
kilometer is dat allicht een te slopende techniek.
,,We zien wel hoe het afloopt'', zegt Gebrselassie. ,,Ik ben niet bang voor de
marathon. Eigenlijk ben ik maar voor één ding bang: hoe het verder moet met
mijn leven als ik niet meer lopen kan.''
De zorg is niet onterecht. Met de meeste grote lopers uit Ethiopië is het
slecht afgelopen. Marathonman Abebe Bikila raakte verlamd na een auto-ongeval en
stierf met veertig. Miruts Yifter, de dubbele olympische kampioen van Moskou,
raakte uit de gratie van het Mengistu-regime en emigreerde naar canada. Mamo
Wolde, de olympische kampioen van Mexico, zit in Addis Abeba een celstraf uit op
beschuldiging van moord.
Misschien is dat het afschuwelijke geheim van de Ethiopische wonderlopers: het
is gemakkelijker hard te lopen dan goed te leven. Loopt zelfs Haile Gebrselassie
van het leven weg?
© Standaard
© maart 2000. Dit is een product
van Running&Sound
RunningSound@hetnet.nl