Eddy Merckx gelukkig als coureur en als mens
Ronde van Vlaanderen verloste Eddy Merckx van jarenlange frustratie
Door Hans Ruggenberg
MEISE-De hersenen hoeft Eddy Merckx niet eens te pijnigen om het gevoel op te roepen dat zich destijds meester van hem maakte. De opluchting gierde door zijn tengere lichaam, toen hij na drie eerdere pogingen in 1969 eindelijk op het hoogste schavot stond in de Ronde van Vlaanderen.
Ronde van Vlaanderen
"De frustratie was groot, heel groot. Ik ben Vlaming en was de beste wielrenner uit mijn tijd. Milaan- Sanremo en Parijs-Roubaix had ik inmiddels wel al op mijn conto staan en ik wilde, nee, ik moest de Ronde winnen." "In 1967 was ik de sterkste man, maar het was te mooi weer net als het jaar daarop. Des te zwaarder de wedstrijd, des te meer ik me op mijn gemak voelde. In 1969 waren de omstandigheden in mijn voordeel. Typisch Rondeweer, regenachtig en ijskoud. Toch had ik nog angst dat het niet zou lukken. Ik speelde op zeker. Vandaar dat ik er met nog zeventig kilometer te gaan al vandoor ging. Ik wilde absoluut niet met de Italianen Felice Gimondi, Franco Bitossi, Michele Dancelli en Marino Basso naar de meet rijden. Die lieten mij toch maar op kop fietsen. Dat weigerde ik, dan reed ik liever alleen. Gelukkig pakte mijn risicovolle onderneming goed uit. Wanneer die wedstrijd niet op mijn palmares had gestaan, had ik mij daar nu nog steeds heel slecht over gevoeld", bekent Merckx. In 1975 herhaalde hij zijn kunstje van zes jaar terug door voor de tweede en laatste maal 'Vlaanderens mooiste' te winnen.
Geluk
Nu nog steeds gaat het bloed sneller stromen met de Vlaamse voorjaarsklassieker in aantocht. De heroïek die er van af druipt, grijpt je en laat je nooit meer los, weet Merckx als geen ander. "Hoe dat komt? In Vlaanderen staat de wieg van de wielersport, mede door de Ronde. Het karakter van de wedstrijd spreekt het volk en de renners aan. De wind, de regen, de sneeuw en stenen maken het zo'n mooi spektakel. Als die factoren een rol van betekenis spelen, is dat de Ronde op zijn best." "Maar", plaatst hij een kanttekening. "Als het te mooi weer is, is het meteen minder aantrekkelijk. Al moet ik zeggen dat er in vergelijking met mijn tijd wel een boel veranderd is. Destijds waren er niet zoveel klimmetjes in het parcours. De Muur in het slot had je toen niet, dat heeft de attractiviteit van de Ronde zeker positief beïnvloed. In mijn periode was het echt een sprinterkoers."
Eén ding hebben alle winnaars van de Ronde gemeen met Merckx. De factor geluk heeft in alle gevallen een grote rol gespeeld. "Je kunt nog zo goed zijn en een ijzersterke ploeg om je heen hebben, maar zonder geluk kun je de Ronde van Vlaanderen onmogelijk winnen. De wegen zijn heel smal en het is constant draaien en keren. Zonder eigen schuld ben je zomaar bij een valpartij betrokken. Of je kunt opeens lek rijden. Het geluk kun je deels afdwingen, door alert te rijden. Je moet fris zijn, goed kijken waar je fietst, zeker op de kasseien. Dan alleen kun je in sommige gevallen een platte band of een valpartij omzeilen."
Te zwaar
,,Ik ben geboren met de fiets in mijn hart en zal ook zo sterven'' Mede dankzij de twee zeges in de Ronde van Vlaanderen kijkt hij met voldoening terug op zijn imposante loopbaan, waarin de allrounder onder meer elf keer een grote ronde won, 32 klassiekers op zijn naam schreef en driemaal wereldkampioen op de weg werd. In totaal boekte 'de kannibaal' liefst 445 profzeges, werd gekozen tot wielrenner van de eeuw en was driemaal sportman van de wereld. Heimwee naar zijn succesperiode heeft hij nooit gehad. Merckx pakte in zijn 33e levensjaar moeiteloos een ander leven op en stampte een fietsfabriek uit de grond, waar hij 25 jaar later nog altijd directeur van is. Hij gaat door het leven als een echte Bourgondiër, maar ondervond daar ook de nadelen van. De Vlaming zeulde jarenlang kilo's overmatige ballast aan lichaamsgewicht met zich mee. Aan de naam Merckx plakte nog wel de enorme erelijst, maar de fysieke verschijning deed voor velen weinig denken aan de grote kampioen van de jaren zestig en zeventig. "Ach, wat de mensen denken en zeggen interesseert me niets. Het belangrijkste voor mij is dat ik me prettig en gezond voel." Toch knaagde het overgewicht elke dag aan zijn geweten, maar het dilemma bleef tot voor kort door zijn geest dwalen. Problemen met zijn gezondheid hielpen hem van de tweestrijd af. "Ik vond mijzelf ook veel te zwaar. Op een gegeven moment zat ik in een vicieuze cirkel. Door een rughernia kwam ik 's nachts weinig aan slapen toe, waardoor ik overdag heel erg vermoeid was. Mijn lichaam deed niet meer de dingen, die ik gewoon was. Om die reden ging ik weer meer eten, om energie te krijgen. Talloze pogingen heb ik gedaan om die twintig kilo er vanaf te krijgen, maar het lukte me gewoon niet. In het begin bracht het nog geen beperkingen in mijn leven, maar opeens had mijn lichaam er genoeg van. Klachten aan mijn maag en slokdarm zorgden voor de omslag", vertelt Merckx.
Dieet
Het contrast is levensgroot. De metamorfose die Eddy Merckx in een jaar tijd onderging, is opzienbarend. De strakke lijn in zijn gezicht komt weer overeen met dat van het schilderij aan de muur, de slanke taille stuurt de gedachte terug naar de illustere jaren waarin hij als wielrenner bijna alles won. "Berichten over kanker of een andere erge ziekte deden de ronde over mij. Onzin. Ik had zeker problemen met mijn gezondheid. Daardoor heb ik een kleine ingreep moeten ondergaan, niet meer dan dat. In tegenstelling tot andere berichten zijn de kilo's er op natuurlijke wijze afgegaan met een dieet. Dat alles bij elkaar heeft er toe bijgedragen dat de klachten zijn verholpen", aldus de Belg, die zijn eet- en drinkpatroon wel heeft aangepast. "Ik hield van een drankje en een hapje, maar het was zeker niet zo dat ik vijftig pinten per dag dronk. Nog altijd kan ik genieten van een goede maaltijd en een wijntje, maar ik let er wel meer op dan vroeger. Ik voel me weer fit en kan genieten van de dingen in het leven. Ook fietsen gaat me weer een stuk gemakkelijker af."
Flandrien
De lach verschijnt op het gezicht van de levende legende wanneer het onderwerp weer over wielrennen gaat. De allrounder kan met zijn twee zeges in de Ronde van Vlaanderen en overwinningen in verschillende andere Vlaamse klassiekers moeiteloos door het leven als een Flandrien, al voelt hij zich geen volwaardige. "Flandriens zijn de stoere kerels die met korte mouwen de kou trotseren, tegen de wind in stoempen. Ik hield ook van zware omstandigheden, maar was toch meer een allrounder. Daarom kun je misschien beter zeggen dat een deel van mij Flandrien is."
Wie wellicht in de toekomst aanspraak kan maken op de eervolle titel is de nieuwe Belgische held Tom Boonen. Mogelijk kan de 24- jarige QuickStep-coureur morgen vast een goede stap zetten door voor de eerste maal de Ronde van Vlaanderen op zijn naam te schrijven. Voor Merckx is zijn landgenoot echter niet zomaar topfavoriet om na 256 kilometer met de bloemen te zwaaien. "Boonen is zonder twijfel een jonge renner met enorm veel talent. Of hij de grootste kans maakt om te winnen, kan ik niet zeggen. Normaal gesproken moet hij de wedstrijd aan kunnen, maar het is afwachten hoe hij de Muur en de Bosberg verteert. Als hij daar ongeschonden doorheen komt, heeft hij goede papieren; maar dan speelt natuurlijk ook weer de factor geluk een rol. Hij heeft wel het nadeel dat zijn ploeg verzwakt is", zegt Merckx, die onder de indruk was van Boonens sterke optreden in de E3 Prijs Harelbeke, waarin hij na een ontsnapping Andreas Klier klopte. "Daar reed hij heel sterk. Maar Harelbeke is de Ronde van Vlaanderen niet hè. In de Ronde kan Boonen nog eens bevestigen dat hij een compleet renner is." Een prachtig compliment van de enige renner ooit die op die titel aanspraak kan maken. In de toekomst lijkt het onmogelijk dat er nog een renner als Merckx zal opstaan. De Belg behoorde zowel op de weg als op de baan tot de absolute top. De legende zelf weigert echter de vergelijking met de huidige generatie te maken. "Dat heeft geen zin, het zijn andere tijden. Ik kijk alleen maar naar mijn eigen periode. Toen was ik de beste. Maar mijn tijd als wielrenner is geweest. Ik heb een mooi stuk van de taart gekregen; inderdaad, het mooiste. Ik ben geboren met de fiets in mijn hart en zal ook zo sterven. Inmiddels zijn er andere dingen in mijn leven die belangrijk zijn. Mijn familie en ook mijn bedrijf. Dat alles bij elkaar maakt mijn leven als wielrenner en als mens compleet."
Eddy Merckx werd zestig
De eeuwige band tussen de kannibaal en zijn ploegmaats
,,Samen uit, samen thuis. Dat is altijd ons devies geweest''
De avond is al een eindje opgeschoven wanneer Eddy Merckx, bijna 60, zich wat makkelijker op zijn stoel nestelt, een beetje onderuit schuift en met een gelukzalige glimlach het gezelschap gadeslaat. De grootste wielrenner ooit heft plots zijn glas rode wijn even in de hoogte. Zomaar. Heel eenvoudig, zonder kabaal. ,,Op jullie! Ik ben blij dat ik toen renner was en niet nu.''
De ploeg
Zie ze daar zitten glunderen met het complimentje van de patron, recht uit het hart. Alsof ze allemaal weer dertig jaar jonger waren. Ward Janssens, Roger Swerts, Vic Van Schil, Jef De Schoenmaecker, Jos Huysmans, Robert Lelangue, Frans Mintjens, Jos Spruyt, Guido Reybrouck. Zogenaamde knechten uit de tijd van Faema of de befaamde bruine garde van Molteni. Voor de rechtgeaarde wielerliefhebber blijven het allemaal namen als klokken. ,,Dankzij Eddy'', zegt Vic Van Schil. ,,Wat hij presteerde, geeft ook onze carrière glans en laat ook onze namen bekend klinken in het wereldje van de fiets.'' Voor dottore Angelo Cavalli, de Molteni-arts van toen, is dat het moment om zich plechtig recht te zetten, met een weids gebaar naar de mensen om zich heen. ,,Hier zitten geen piccoli corridori, geen kleine renners. Eddy was een fenomeen, het is waar, maar ook jullie waren deksels goeie coureurs. Atleten die de gave meekregen van hun vader en moeder, waaraan alleen nog een beetje moest gesleuteld worden.'' Guillaume, Lomme Michiels, de monumentale verzorger die Eddy al kent sedert diens kindertijd, knikt instemmend. Robert Lelangue, een al even trouwe vriend, geniet in stilte mee. Wanneer de verzameling coryfeeën op de foto moet met koerstruitjes van vroeger, zijn de kwinkslagen niet meer te tellen. ,,Ja mijn voeten, daar kan ik niet meer in'', protesteert Merckx. ,,Zeg, ik sta wel dertien kilo zwaarder dan vroeger, hé!'' Frans Mintjens doet zelfs geen poging. ,,Dan kan ik niet meer ademen...'' ,,Probeer dat zijden truitje eens'', jent Wardje Janssens. ,,Dat rekt een beetje beter mee.'' Merckx knuffelt Jokke Huysmans, ex-ploegmaat en al 25 jaar bij hem in de fabriek. Hij knijpt Vic Van Schil plagend in de dijen, onderneemt een poging om Frans Mintjens vriendschappelijk te wurgen. ,,Ik zal blij zijn als die verjaardag eindelijk gepasseerd is, dat ik er vanaf ben en ik weer een beetje met rust word gelaten. Het is een beetje té...'', foeterde hij nog bij het begin van de bijeenkomt. Begrijpelijk: Merckx die 60 wordt, dat staat zowat gelijk met een nationale mediamobilisatie. ,,Even erg als toen ik er 50 werd. Of twee jaar geleden, met 100 jaar Tour. Niet te doen!'' Een paar uurtjes later, wanneer tijdens het diner de anekdotes worden opgerakeld en de notitieblokjes zijn verdwenen, zie je diezelfde Merckx echter met volle teugen genieten van het gezelschap van ex-ploeggenoten die al lang vrienden zijn. De Kannibaal en zijn volgelingen. Een renner buiten iedere vergelijking, maar ook een team dat samen met hem levende legende geworden is. Wat is toch het geheim van dit blok dat dertig jaar later nog altijd aan mekaar klit? Niemand die ook maar één kwaad woord aan het adres van de baas over de lippen krijgt. Merckx (spottend): ,,Ah, ze durven niet!'' De Schoenmaecker: ,,Wie zou ook iets negatiefs kúnnen vertellen? Eddy is altijd een uiterst correcte kopman geweest.''
Huysmans: ,,En wàt voor een!''
Reybrouck:,,Eddy had àlles. Klasse, eergevoel en wat ik zou noemen: een blijvend kinderlijke winnaarsmentaliteit.''
Huysmans: ,,Vandaag winnen en morgen meteen wéér willen winnen.'' Merckx:,,We wisten wat we aan mekaar hadden. De basis van de ploeg is ook lang dezelfde gebleven. Het eerste jaar nog dubbel zoveel Italianen als Belgen, maar gaandeweg werd het team meer en meer Belgisch. Maar zelfs in 1969 zat er maar één Italiaan in de Tourselectie: Pietro Scandelli. Een goeie, hoor.'' Reybrouck:,,Onderschat het effect niet van die Ronde van Frankrijk. Het was dertig jaar geleden dat nog eens een Belg had gewonnen. Het feit dat het Eddy toen lukte, met zo'n verpletterend overwicht dan nog, zorgde voor een onbeschrijflijk gevoel van euforie. Ook binnen de ploeg.''
Spruyt: ,,Zeg dat wel! Weten jullie nog hoe we in open wagens door Brussel reden, om daar ontvangen te worden op het koninklijk paleis? Georges Vandenberghe is daar aan zijn vrouw geraakt. Hij grabbelde ze onderweg mee. Liefde op het eerste gezicht!'' Van Schil: ,,Weet je wat ik zo straf vind? Dat we allemaal nog bij onze eerste vrouw zijn. En mét ons goesting, hé!'' Eigenlijk behoorden jullie tot een Italiaanse ploeg.
Merckx: ,,Italië, dat was toen gewoon de max. De beste organisatie.''
Lelangue: ,,Peugeot voordien, dat was pure improvisatie. Doe maar op, we zullen wel zien.''
Merckx: ,,In Italië moest je het niet riskeren om op je sloefen beneden te komen, hoor! Je vloog rap terug naar boven om je schoenen aan te trekken. Nee jong, het verschil tussen ploegen uit België en Frankrijk en de Italiaanse teams was gewoon enorm. Vraag het maar aan de mannen. Zij kunnen ervan meespreken.'' Janssens:,,Ik zat eerst in Frankrijk, dan in België. Toen ik in '73 bij Eddy kwam, heb ik rap het verschil gemerkt. Jawadde!'' Reybrouck:,,Je kreeg moral voor tien als je in zo'n ploeg terechtkwam. Direct een valies, een kostuum, volledige uitrusting...'' Spruyt:,,Vic heeft er nog altijd schoenen en washandjes van!'' Van Schil (protesteert): ,,Geen washandjes, hé! Maar 't is waar, je leerde veel van die Italiaanse school.'' Dolf in bad Zaten daar dan geen rare vogels bij? Spruyt(joelt het uit): ,,Kijk eens naar ons. Er zijn er geen andere bij! Samen uit, samen thuis. Dat is altijd ons devies geweest. (met een schalkse blik op Swerts) Slechts één keer was er een abuus. Op oefenkamp in Reggio di Calabria wilde Dolf niet mee en ging die slapen. Tja, zo waren we natuurlijk niet getrouwd. We hebben hem toen uit bed gesleurd en hem in een ijskoud bad gedropt. Hij was direct klaarwakker en ging toen wél mee om een glaasje wijn te drinken.'' Swerts:,,Echt, daar herinner ik me niks meer van!'' Spruyt:,,Ik zie nochtans dat groot marmeren bad nog zó voor mijn ogen.'' Swerts:,,Nee, echt niet... Maar dat ik van jullie mijn bijnaam kreeg, dàt weet ik wel. Dolf, omdat ik altijd Duitse schlagers zong als ik een pintje te veel op had.''(Ward Janssens zet meteen zo'n gekende schlager in, niet zonder talent, maar Swerts heeft géén pintje te veel op en luistert alleen geamuseerd toe) Op Sporza vertelde Willy Vekemans, een van jullie fietsgezellen van nu, dat jullie Eddy automatisch uit de wind gingen zetten toen die nog wat kilo's extra met zich meezeulde. Merckx:,,'t Was vandoen ook of ik moest lossen.'' Spruyt:,,Nu niet meer, nu is het andersom. Hij duwt er twee naar boven en de rest mag in zijn wiel kruipen. Hij rijdt veel te hard. We hebben er allemaal schrik van gekregen.'' Merckx:,,De meesten van ons zijn blijven fietsen. Van Schil zelfs nog 17.000 kilometer per jaar. Op die manier zien we mekaar al eens meer en blijft de band.'' De Schoenmaecker: ,,Soms twee keer per week, soms ook drie weken niet.'' Merckx(wijst op Swerts): ,,Hij niét!'' Swerts:,,Eén jaar heb ik dat gedaan. Nu heb ik niet eens meer een koersfiets. Ik rij alleen nog met de kleinkinderen achter op het stoeltje.'' Merckx(gaat ongenadig verder): ,,En Warreke, die fietst ook niet meer.'' Janssens:,,'k Heb in mijn leven al genoeg met de velo gereden.''
Reybrouck(spottend): ,,Een drukbezet zakenman als ik heeft geen tijd meer om te fietsen.''
Mintjens: ,,Bij ons zou Guido niet eens mogen meedoen, want die heeft zijn eigen fietsen. We hebben lang geleden met de fabriek een club opgericht met de meest uiteenlopende leden. Van arbeider tot advocaat. Alleen: wie geen Merckx-fiets heeft, die komt er niet in.'' Reybrouck:,,Ah, dan zou ik er eentje kopen, hé Frans. Of misschien krijg ik er wel eentje van Eddy.'' Raid naar Marseille Welk was jullie sterkste prestatie als ploeg?
Spruyt: ,,In of buiten de koers?'' (algemene hilariteit)
Van Schil: ,,Die raid naar Marseille in de Tour van 1971 zal ik nooit vergeten, twee dagen nadat Ocaña Eddy te grazen had genomen op weg naar Orcières-Merlette. De wreedste etappe die ik ooit reed. Tweehonderd kilometer knallen met een voorsprong van anderhalve minuut. We kwamen anderhalf uur voor het snelste rittenschema aan in Marseille, waar ze compleet werden verrast en zelfs de televisie nog niet present was.'' Merckx:,,Ik moést aanvallen, wilde ik die Tour nog winnen. 'k Had niks te verliezen. Kort na de start zag ik Ocaña in de staart van het peloton op zijn gemak zitten keuvelen. 't Is de moment, dacht ik en het spel begon. Wagtmans, Huysmans en Stevens waren mee voorin, de rest stopte af in het peloton. Als ploegleider Albani niet de fout had gemaakt om te wachten op Bruyère, die lek was gereden, zou het resultaat helemaal anders zijn geweest.'' Van Schil: ,,Een half uur hadden we gepakt!'' Merckx:,,Niet overdrijven, hé! Allez, een kwartier. (grimmig) Ze hadden alles al onder mekaar verdeeld. Geel voor Ocaña, groen voor Guimard. In de slotweek, de rit naar Bordeaux, hebben we er nog eens een snok aan gegeven... De groene trui van Guimard hangt daar nóg ergens aan de bomen in de Landes. Hij is nog altijd op zoek.'' De eeuwige vraag: hoe was die Tour afgelopen als Ocaña niet gevallen was in de afzink van de Col de Menté. Of anders: viel de Spanjaard omdat hij helemaal stuk was gereden? Merckx:,,Het zou niet fair zijn om het op die manier uit te leggen. We zullen het gewoon nooit weten. Een koers wordt elke dag verloren, maar alleen gewonnen op de streep.'' Van Schil: ,,Kijk maar naar Henin. Hoeveel keer is die niet teruggekomen vanuit een schijnbaar verloren positie? Een enorm karakter. (giechelt) Maar wees dààr eens mee getrouwd....'' © Telegraaf
dehardloopkrant.nl
®
 |