|

|
| User Opties |
| |

print |
| |

reageer |
| |

mail |
|
| |
|
Jan-Albert Lantink completeert op Texel een unieke erelijst
|
Geplaatst op:
2009-04-16 09:49 |
Papanikitas herovert de begeerde schoen van Jan Knippenberg

De koplopers Marc Papanikitas en Thomas Miedema met fietser Douwe Weima bij het verlaten van het laatste strandgedeelte © Jelmer Jagersma
Door Dik Jagersma
De tweejaarlijkse Zestig van Texel heeft zich in tien afleveringen ontwikkeld tot de populairste ultraloop van ons land, niet alleen door het schitterende afwisselende parcours, maar ook door de uitstekende organisatie en uitgekiende PR-activiteiten. Texel is bovendien het eiland van Jan Knippenberg, de “founding father” van het ultralopen in ons land, die er duizenden kilometers heeft afgelegd, en op de Hooge Berg zijn laatste rustplaats heeft gevonden. Hierdoor zal Texel altijd een speciale plek voor ultralopers blijven, en heeft het bezoeken van De Zestig, zowel voor routiniers als debutanten op de ultra-afstand, vaak ook een element van pelgrimage in zich.
André van de Vliert
Deze jubileumeditie werd helaas overschaduwd door het bericht dat ultraloper André van de Vliert op paaszondag in zijn slaap was overleden. André was een getalenteerd sporter en een bijzonder aimabel mens. Deze bescheiden “family man” kon zijn passie voor de ultra- en wielersport op een geweldige manier uitdragen, maar zijn ogen gingen vooral glinsteren als hij over zijn gezin vertelde. De gedachten van veel ultralopers zijn deze dagen bij zijn vrouw en kinderen, die een fantastisch man en vader hebben verloren.
De 60 km
Op de hoofdafstand, de 60 km, stond een handvol kanshebbers aan de start, met daarbij drie oud-winnaars. Onder uitstekende weersomstandigheden kregen ze al snel na de start twee stukken strand voor de kiezen, waarvan vooral de 7 km over De Hors (de zuidelijke punt van Texel) moeilijk te belopen was. Bij de vorige editie was in dat eerste strandgedeelte de eigenlijke beslissing al gevallen, toen de begeleidend fietser van favoriet en titelverdediger Marc Papanikitas vastliep in het zand, en zijn baas volledig uit het oog verloor. Het missen van het eigen drinken in de eerste uren van de strijd brak Papanikitas uiteindelijk op, en toen de latere winnaar Jan van der Marel hem had gepasseerd besloot hij gedesillusioneerd op te geven. Zijn ontgoocheling was bijzonder groot, want hij verkeerde toen in bloedvorm, en was erop gebrand om De Zestig nog twee keer te winnen, zodat hij de begeerde wisseltrofee, een schoen van Jan Knippenberg, definitief de zijne zou kunnen noemen. De afgelopen anderhalf jaar is Marc door een diep dal gegaan, maar alles wijst erop dat hij een nieuw evenwicht in het leven heeft gevonden, en ook zijn sportieve resultaten vertonen weer een opgaande lijn. De eerste speldeprik in de wedstrijd van dit paasweekend werd tot ieders verrassing niet uitgedeeld door oud-winnaars als Jan van der Marel en Veron Lust, maar door Thomas Miedema. Niet geïmponeerd door de ultrareputatie van zijn concurrenten nam hij brutaalweg de leiding. Bij het opgaan van het tweede strandgedeelte ter hoogte van De Koog wist Papanikitas hem weer te achterhalen. Op de smalle strook langs het water die goed te belopen was, ontstond vervolgens een strijd van man tegen man. Beide lopers wekten meer de indruk als kemphanen tegen elkaar te lopen dan als strijdmakkers gezamenlijk te werken aan het uitbouwen van de verkregen voorsprong. Voor Douwe Weima, de vaste fietsbegeleider van Papanikitas die dit strandgedeelte wel kon befietsen, bleef soms maar nauwelijks ruimte over om een drinkfles aan te reiken. Dit boeiende schouwspel maakte duidelijk dat de uiteindelijke winnaar niets cadeau zou krijgen. De naaste achtervolgers, Van der Marel en Lust, wisten bij het verlaten van het strand al dat ze voor een kans op de overwinning afhankelijk waren geworden van een inzinking bij deze koplopers. In het gedeelte langs de Waddenkust bleek Papanikitas over de meeste reserves te beschikken, en wist hij de verrassend sterke Miedema toch duidelijk van zich af te schudden. Na 4.09.59 kwam hij bijzonder geëmotioneerd in Den Burg over de streep, niet alleen omdat deze overwinning een einde markeerde van een moeilijke periode in zijn leven, maar vooral omdat hij onderweg veel had moeten denken aan André van de Vliert, met wie hij goed bevriend was. Pas bij de minuut stilte voor de start had hij voor het eerst van diens overlijden gehoord. Met een achterstand van ruim acht minuten kwam Thomas Miedema als tweede binnen, een minuut later gevolgd door Jan van der Marel. Veron Lust had last gekregen van een blessure, en zou pas veel later finishen. Opmerkelijk was de tiende plaats van vijftigplusser Jaap Vis, die aan alle edities heeft deelgenomen. Hoewel hij vorig jaar door herniaklachten nauwelijks heeft kunnen lopen, wist hij een knappe tijd van 4.50.16 op de klokken te zetten, een half uur sneller dan de nummer twee in zijn leeftijdscategorie. Bij de zestigplussers ging de winst naar Lex de Boer, die zich op Texel voor de vierde keer de sterkste toonde in een leeftijdscategorie, en inmiddels terug kan zien op een hele lange ultracarrière met veel hoogtepunten. Ook de vrouwenwedstrijd kende een boeiend verloop, al vielen de tijden wat tegen. Uiteindelijk moest de winnares van 2007, Annette Voets, in Inge Tijsmans haar meerdere erkennen. De winnende tijd (5.30.07) was wel 23 minuten langzamer dan die in de vorige aflevering. Bij de ploegenestafette ging de winst naar het team van SSG Königswinter uit Duitsland (4.09.05)

Jan-Albert Lantink, hier op archiefbeeld, een ijzersterke winnaar op Texel © Flip Slik
De 120 km
Om half vijf in de ochtend vond de start van de 120 km al plaats. Dit “dubbele rondje” is vanaf de tweede editie aan het programma toegevoegd, omdat 60 km niet door alle ultralopers uitdagend genoeg werd gevonden. Om mee te mogen doen moeten lopers over goede papieren beschikken, en aan voor Nederlandse begrippen pittige selectiecriteria voldoen. Die criteria (zoals 100 km binnen negenenhalf uur) zijn voor mannen en vrouwen gelijk, want er is ook geen verschil in limiettijd voor beide categorieën. Deze “Texelse aanpak” mist zijn uitwerking niet, en heeft veel ultralopers geïnspireerd om extra hard te gaan trainen, want het recht op deelname aan dit “koningsnummer” wordt vaak als een sportief doel op zich beschouwd. Dispensatieverzoeken worden meestal vriendelijk doch beslist afgewezen, zodat gegadigden voor een startplek gedwongen worden eerst het beste uit zichzelf te halen. Dat heeft regelmatig tot aanzienlijke prestatieverbeteringen geleid. Iemand als Ida Verduin-Boone wilde zo graag meedoen aan de 120 km, dat ze de extra trainingsinspanningen er graag voor over had. In korte tijd ontwikkelde ze zich tot onze sterkste loopster op de 100 km, en vorig jaar verbeterde ze zelfs het belegen nationale record op die afstand. De landgenoten die startgerechtigd zijn op de 120 km worden wel eens als de eredivisie van het ultralopen aangeduid, en dat roept ook onbedoelde associaties op met het matige niveau van onze voetbalcompetitie. Feit is in elk geval dat de club gerechtigden niet bijster groot is. Dit paasweekend waren er 35 startplaatsen beschikbaar, maar er vertrokken slechts 25 lopers, van wie er acht een andere nationaliteit hadden. De aandacht ging vooral uit naar Jan-Albert Lantink, die de afgelopen jaren alle belangrijke wedstrijden in Nederland wist te winnen (NK 24 uur, NK 100 km, de Jan Knippenberg Memorial). Winst in de 120 km van Texel was de enige grote prijs die nog op zijn erelijst ontbrak. Hij vertrok als groot favoriet, mede doordat de op papier sterkste tegenstanders verschillende redenen hadden die het leveren van topprestaties minder waarschijnlijk maakten. Titelverdediger Edward de Ruiter had geen goede trainingsvoorbereiding gehad, en van de sterke Belgen moest Geert Stijnen zich sparen voor het ophanden zijnde WK 24 uur, en had Wouter Hamelinck kort tevoren nog een uitputtende ultrawedstrijd gewonnen. Maar Lantink beschikt over een bijzondere wedstrijdmentaliteit, en maakte niet de fout zich reeds bij voorbaat rijk te rekenen. Hij verscheen volledig voorbereid aan de start, met maar één doel voor ogen: winnen. De tijd was minder belangrijk. In de eerste ronde verspilde hij geen onnodige energie, en mede daardoor bleef er lange tijd een groep van zes lopers bijeen. Vooral op de door het hoge water zware strandgedeelten ontstonden er geleidelijk aan verschillen, en bij het keerpunt had Lantink een eerste gaatje geslagen. Zijn naaste belagers bleken de Fransman Olivier Jacques en Robert Boersma te zijn, beiden wonend in Purmerend, en clubgenoten van elkaar. Boersma heeft zich het afgelopen jaar ontwikkeld tot één van de sterkere ultralopers van ons land, met een medaille op het NK 100 km en een veelbelovende afstand (ruim 80 km) bij de Zes uren van Stein. Het is verheugend dat hij op dit selectieve parcours ook goed uit de voeten kon, al moest hij in de tweede ronde wel 24 minuten toegeven op zijn Franse clubgenoot. Olivier Jacques hield de strijd met Lantink dus het langste vol, maar wist hem niet echt te bedreigen. Met een knappe tijd van 9.47.03 completeerde Jan-Albert zijn indrukwekkende erelijst. De vrij korte periode waarin hij die successen boekte kan later gerust bestempeld worden als de periode Lantink. Opvallend was verder dat van de eerste tien geklasseerden er zes een andere nationaliteit dan de Nederlandse hadden. Het percentage lopers dat erin slaagde binnen de limiet te finishen lag wel flink hoger dan bij de vorige editie. De weersomstandigheden waren ook beter, en het strand minder zwaar. Van de twee gestarte vrouwen kwam Monique Muhlen uit Luxemburg na 12.35 als eerste binnen. Majet Spoelder toonde veel karakter door de tweede ronde toch te voltooien, ook toen duidelijk werd dat een finish binnen de limiet van 13 uur er waarschijnlijk niet meer in zat.

Jan van de Marel en Veron Lust in achtervolging © Jelmer Jagersma
Opmerkelijk
De finish van Luc de Jaeger-Braet verdient een aparte vermelding, want vorig jaar wist hij ook te finishen in de Jan Knippenberg Memorial en in de Spartathlon. Toen de hele JKM over 161 km na een periode van onderbreking in 2008 weer georganiseerd kon worden, opperde Carel Schrama dat het een bijzondere prestatie is om in het voorjaar van twee opeenvolgende jaren te finishen in beide tweejaarlijkse Nederlandse ultraklassiekers, en daartussen in het najaar ook de ultieme ultraklassieker, de Spartathlon te volbrengen. Het zijn evenementen die tot de zwaarste categorieën behoren, en die meestal gekenmerkt worden door een hoog percentage uitvallers. Binnen twaalf maanden finishen in de 120 van Texel, de Spartathlon en de Jan Knippenberg Memorial kan volgens Schrama gezien worden als het behalen van een “grand slam” in het ultralopen. Er is natuurlijk geen officieel tintje aan deze gedachte verbonden, maar met zijn finish in de 120 van Texel is Luc de Jaeger-Braet wel de eerste Belg die dat kunststukje heeft volbracht. Nog opmerkelijker zijn de plannen van Ernst Daniel. Na zijn finish in Den Burg (in 12.41) moest hij snel naar huis, om de dag erop alweer in het vliegtuig naar Japan te stappen. Daar gaat hij het komend weekend van start in de Sakura Michi loop, de beroemde Japanse ultraklassieker over 250 km. Voor de meeste mensen zijn grenzen er vooral om gerespecteerd te worden, maar sommigen kunnen het niet laten om ze op te zoeken, en stiekem te proberen of ze ook overschreden kunnen worden. Alle uitslagen en verdere informatie over de Zestig van Texel zijn te vinden op de website van de organisatie.
© hardloopnieuws.nl
|
|
 |
| |
Aantal geplaatste reacties op Jan-Albert Lantink completeert op Texel een unieke erelijst: 19 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van jeroen romeijn (2009-04-16 12:16:00) |
|
|
| |
mooi wedstrijdverslag! |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Ed van Beek (2009-04-16 14:21:39) |
|
|
| |
Dag Dik,
Ere wie ere toekomt. Ik vind dit een heel mooi verslag van een bijzondere Zestig van Texel. Het is een prestatie om een goede wedstrijd te lopen. Dat geldt ook voor het schrijven van een goede nabeschouwing.
Groet,
Ed van Beek |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van dirk westerduin (2009-04-17 05:35:43) |
|
|
| |
Ultralopen is niet veel lopen, daar gaan we weer.
Natuurlijk is het een prestatie als je langere ultralopen in een bepaalde tijdspanne uberhaupt kunt uitlopen. Dit lijkt mij echter minder moeilijk dan een van die wedstrijden te winnen (met fatsoenlijke tegenstand) .
Dirk Westerduin. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Bob Stultiens (2009-04-17 10:54:22) |
|
|
| |
Hoi Dirk,
Ik neem aan dat je duidt op het deel over Luc. Hij is zeker geen veelloper. Hij kiest 2 wedstrijden per jaar uit waar hij met zijn mogelijkheden wil presteren. Hij focust zich daar dan helemaal op en naar mijn mening presteert hij daar gigantisch goed als je naar zijn mogelijkheden kijkt. We zijn nl. niet allemaal lopers die wedstrijden kunnen winnen. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van dirk Westerduin (2009-04-17 11:52:53) |
|
|
| |
Hallo Bob,
Dat is hartstikke goed, wie ben ik om daar neerbuigend over te doen? Natuurlijk niet. Het was meer aan Dik Jagersma gericht, die het een kunststukje noemt, maar enige tijd geleden iets schreef over ultralopen is niet veel lopen, of iets in die trant. Ik kan dat moeilijk rijmen, maar ach, wat maakt het ook uit. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Carel Schrama (2009-04-17 18:05:21) |
|
|
| |
Beste Dirk,
Het maakt ook niet uit, maar volgens mij gaf Dik mijn mening weer over deze bijzondere prestatie. Een prestatie waar ik veel respect voor heb.
Mooi verslag trouwens Dik!
Carel Schrama |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Ton Peters (2009-04-17 20:38:23) |
|
|
| |
Hoe kun je nu "focussen" op twee wedstrijden van 120 resp. 250 km in opeenvolgende weekeinden? Dat is volgens mij namelijk per definitie "niet focussen". Geen mens kan, ook niet aan zijn eigen mogelijkheden afgemeten, optimaal presteren in beide wedstrijden, anders dan in de zin van kilometers volbrengen. En daarmee sloeg Dirk Westerduin de spijker op zijn kop: jammer dat er weer aandacht besteed wordt aan veellopen, waar het om hardlopen zou moeten draaien. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Bob Stultiens (2009-04-17 22:44:22) |
|
|
| |
Ton, waar staat dat de wedstrijden in 2 opeenvolgende weekeinden zijn? Het betreft de Spartathlon in september en de 120 van Texel in april. Nergens is het in dit verhaal over veellopen in de zin van vele ultras per jaar gegaan. Er moet niet gemaakt worden wat er niet is. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Jan Vandendriessche (2009-04-18 00:41:38) |
|
|
| |
Ik kan de reactie van Ton Peters en Dirk Westerduin volledig bijtreden, alhoewel...
We hebben minstens 3 verschillende soorten ultralopers: deze die lopen om te winnen, deze die lopen om zo snel mogelijk te finishen en deze die lopen om zoveel mogelijk wedstrijden te lopen.
Ikzelf behoorde bij categorie 2. Winnen alleen was niet genoeg, liefst een scherpe tijd daarbovenop. De reden ook waarom ik vaak moeilijker wedstrijden opzocht. Let wel: ik heb veel sympathie en erkenning voor de winnaars van de 60 én 120km van Texel maar de gelopen tijden (vnl. vd 60km) vallen me wel dik tegen. Toen ikzelf nog maar 2jaar (!) liep (93) liep ik in de 60 van Texel al 4u17, 2 jaar later werd ik vierde in 4u0920" (twee maand later liep ik toen trouwens mijn allereerste sub-7h op de 100km) , en vier jaar later (99) mistte ik door één sanitaire stop te veel nét het parcoursrecord (3u58xx")
Inderdaad zou er meer gefocust moeten worden op scherpe tijden dan alleen maar op winnen, ook al is dat laatste uiteraard altijd mooi meegenomen.
Helaas moeten we hedentendage ook in het ultralopen een mentaliteitsverandering waarnemen waarbij vaak het veellopen hoger ingeschat wordt dan het lopen van een sterke chrono door een "niet-winnaar".
Alles verloopt echter in golfbewegingen... daarom ook mijn hoop dat binnen afzienbare tijd er terug een trend zal ontstaan waarbij kwalitatieve prestaties hoger zullen ingeschat worden dan kwantitatieve prestaties.
Zullen we met zijn allen dan maar duimen ?? |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van dirk westerduin (2009-04-18 03:17:50) |
|
|
| |
Nogmaals, de betiteling Grand Slam was van iemand anders, maar Jagersma duidde dat als een kunststukje. Op zon manier hang je duidelijk een kwaliteitslabel aan uberhaupt een wedstrijd uitlopen.
Bij voorbaat excuses als mensen zich door mijn mededeling beschadigd voelen.
In het algemeen vind ik wel dat Jagersma erg goed over ultralopen schrijft, ik krijg zo hier in Taiwan journalistieke informatie. Jagersma zou makkelijk kunnen schrijven voor De Volkskrant of het NRC. Misschien een idee, in het kader van het meer bekend maken van onze (aha, hier komen we toch overeen) discipline.
Dirk Westerduin. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Bob Stultiens (2009-04-18 08:07:04) |
|
|
| |
Hoi Ton,
Even correctie van mijn kant. Jij hebt het over Ernst Daniël. Dirk, Carel en ik hebben het over Luc de Jaeger-Braet. Vandaar mijn (daarom niet helemaal correcte) opmerking. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Wim Bart (2009-04-18 09:12:46) |
|
|
| |
Reacties van goede Belgen, reacties van goede Nedelanders. Zouden er dan ooit gecombineerde Belgisch/Nederlandse kampioenschappen 100 km en 24 uur kunnen komen? Elk jaar heeft een land 1 van de 2 kampioenschappen. In de overvolle agenda van klassiekers, EKs, WKs en NKs creeer je topwedstrijden en ga je versplintering tegen. Je creert duels waarin de echte wedstrijdultraloper door wordt geinspireerd! Toptijden komen vanzelf.
Bundeling van kwaliteit. Het zou de insteek kunnen zijn van de zojuist besproken toekomstige mentaliteitsomslag. Daarvoor hoeven we niet te duimen, maar kunnen we gewoon doen.
Wie neemt wanneer het initiatief? |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Bob Stultiens (2009-04-18 10:08:40) |
|
|
| |
Mooi initiatief Wim Bart. Als Zuid-Nederlander zit ik in de bufferzone tussen België en Nederland. Ik wil wel een steen bijdragen. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Dik Jagersma (2009-04-18 13:33:57) |
|
|
| |
Dirk, een kleine toelichting
Om zware ultras te volbrengen moeten veel kilometers worden gemaakt. Ter voorbereiding op de Spartathlon liep ik soms drie keer per week verder dan de marathon. Alleen, en de kilometers kwamen enkel in mijn logboek. Er zijn ook lopers bij wie marathons geen trainingsmiddel meer zijn, maar doel op zich. Men vliegt kriskras door Nederland, België en Duitsland om elk weekend minstens één marathon te lopen die op het conto bij “100mcnl” kan worden bijgeschreven. Desnoods organiseert men zelf marathons. Dat verschijnsel noemde ik veelloperij, en al doe ik er zelf niet aan mee, ik ben daar absoluut niet op tegen. Wel maak ik bezwaar als men die activiteit presenteert als een bijzondere wedstrijdprestatie. Wie 100 keer per jaar een marathon tussen drieënhalf en vijf uur loopt is geen marathontopper, dat ben je pas als je één keer per jaar een echt snelle marathon loopt.
Maar het maakt je ook geen ultratopper. Ultralopen is iets anders dan veel marathons lopen, en ook bij ultalopen kun je kwaliteit onderscheiden (jouw parcoursrecord!) . De ultrawereld wil graag serieus genomen worden als wedstrijdsport. Dat wordt alleen wat als men zelf ook werkt aan juiste beeldvorming. Met “Man bijt hond”achtige aandacht kom je er niet. Onlangs stond een stuk in de NRC over Han Frenken en zijn extreme marathonvormen. Een aardig portret van een sympathiek mens, maar niet echt reclame voor de ultrasport. Het artikel deze week in Trouw over Lantink was dat wel, maar de vele foutjes die erin stonden illustreren dat journalisten er maar weinig vanaf weten. Iemand die het wil kan de media makkelijk ultra-knollen voor citroenen verkopen, en het duurt lang voordat onjuiste beeldvorming weer uitgewist is. Om het wedstrijdaspect van ultralopen meer onder de aandacht te brengen, schrijf ik dus niet over mijn eigen gestuntel, maar vooral over degenen die voor het podium kunnen gaan. Hopelijk inspireert het getalenteerde lopers om die uitdaging ook eens aan te gaan. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Dik Jagersma (2009-04-18 13:47:59) |
|
|
| |
Nog even dit.
30 jaar geleden dacht men nog dat een Spartathlon de menselijke mogelijkheden te boven zou gaan. Nu denkt men soms dat de zwaarte van de hele JKM en de 120 van Texel verbleekt bij die van de Spartathlon. Dat is een misverstand. De moeilijkheidsgraad is anders. Vorig jaar wisten Ubel Dijk en Adrie van Dijk wel heel knap op tijd in Sparta te komen, maar bij hun laatste deelname aan zowel de JKM als de 120 van Texel waren beiden minder succesvol. Net zoals schaatsers trots zijn op hun elfstedenkruisje, mogen ultralopers best trots zijn als ze op tijd weten te finishen in één van deze ultraklassiekers. Het geeft jezelf inderdaad een soort van kwaliteitslabel. Je hoeft geen winnaar te zijn om je (terecht) wel winnaar te voelen. Bij wedstrijdsport hoeft het immers niet alleen om de medaillewinnaars te draaien, het verhaal van de mensen in het peloton kan ook interessant zijn. Dus wordt er ook aandacht besteed aan het leed van achterblijvers, en het feit dat een wielrenner in één seizoen zowel de Giro als de Tour heeft uitgereden. Gezien het hoge uitvalpercentage in de drie genoemde ultraklassiekers, is het bijzonder als iemand binnen één jaar tijd in elk ervan weet te finishen. Het is een kunststukje, waarmee iemand ook aantoont dat hij heel verstandig met zijn lichaam is omgesprongen. Het idee van Schrama om dat (enigszins schertsend) “grand slam” te noemen is zo gek nog niet.
Het doen van enkele zware ultralopen vlak na elkaar is weer iets anders. Lantink kon dat vorig jaar: de JKM winnen, en twee weken later alweer het NK 24 uur. Zelf had ik na de JKM twee weken rust nodig. Het herstelvermogen bij mensen kan geweldig verschillen, en voor sommigen is het een echte uitdaging om hun mogelijkheden eens af te tasten. Is wat Ernst Daniel doet veelloperij? Niet in mijn definitie. Is het verstandig? Daar komt hij pas in de praktijk achter. Maar Kouros heeft aangetoond dat ook de “hele” Spartathlon mogelijk is: vanuit Sparta weer teruglopen naar Athene.
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van jeroen machielsen (2009-04-18 15:32:48) |
|
|
| |
Om half vijf in de ochtend,
dat vind ik een hele prestatie! |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Ton Peters (2009-04-18 20:14:38) |
|
|
| |
aan Bob Stultiens,
Bob je hebt volkomen gelijk; ik heb niet goed gelezen. Mijn opmerkingen zijn van toepasing op het plan van Ernst Daniel. Maar van hem heb jij niet beweerd dat hij zich focust op (de genoemde) twee wedstrijden. Sorry voor mijn onterechte kritiek op jouw opmerking. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van dirk westerduin (2009-04-20 06:37:57) |
|
|
| |
Hallo Dik,
Ik ben het geheel met je eens (jesses, wat klinkt dat beroerd, ik wil het met mensen oneens zijn, gniffel) .
Kleine correctie, toch: wat je zelf doet is geen gestuntel. Maar ik begrijp wat je bedoelt.
Dirk. |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
| |
| |
Reactie van Klaus Mueller (2009-04-20 11:31:51) |
|
|
| |
Liebe Organisatoren, lieber Martin,
leider können wir alle nur sehr wenig Holländisch sprechen bzw. verstehen. Ich möchte aber sehr gerne für die Mannschaft der SSG Königswinter meinen Dank für das herrliche Lauferlebnis auf Texel aussprechen, besonders den Organisatoren, denn wir wissen aus eigener Erfahrung welcher Aufwand betrieben werden muss, um ein solches Laufspektakel über einen sehr langen Tag erfolgreich durchzuführen. Wir waren in Duenenoord im Trainingslager und liefen aus dem sehr anstrengenden Training heraus, umso mehr haben wir uns über den Sieg gefreut.
Wir sehen uns hoffentlich wieder.
Viele Grüße -Klaus Mueller, SSG Königswinter- |
|
| |
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
| |
|
|
|