|
NK 24 uur: sterke prestaties en veel uitvallers
|
Geplaatst op:
2010-05-12 15:55 |
Titel met glans voor Peter Rietveld en Jannet Lange

Peter Rietveld met begeleiders in de verzorgingszone
Door Dik Jagersma
Het deelnemersveld voor het NK 24 uur zag er deze keer sterker uit dan het in jaren was geweest, en dus waren de verwachtingen hooggespannen. Maar toen enkele grote namen al snel hun biezen hadden gepakt moest even voor een deceptie worden gevreesd. Gelukkig bleef er voldoende kwaliteit over in de strijd, en werden er zelfs uitstekende prestaties geleverd. Peter Rietveld en Jannet Lange werden terecht kampioen door beter dan ooit te lopen op dit zware ultranummer.
Strijd der generaties al na vier uur voorbij
De start van het NK 24 uur in Steenbergen vond zaterdagmiddag om drie uur plaats, onder redelijke weersomstandigheden. Overdag was het beide dagen eigenlijk wat aan de koude kant, met een frisse wind en af en toe wat nattigheid. Maar in de nacht was het vrijwel windstil, en doordat het bewolkt bleef viel de kou toen enigszins mee. Bij de mannen werd veel spanning verwacht in wat je als een strijd der generaties kon beschouwen. De “nieuwe generatie” werd vertegenwoordigd door Jan-Albert Lantink (52),de laatste jaren onze sterkste en meest veelzijdige ultraloper, en Peter Rietveld (51), de kampioen van vorig jaar. “Nieuw” slaat dus niet op leeftijd, maar op de tijd dat men al actief is aan het ultrafront. De “oude generatie” was aanwezig in de persoon van Wim Bart Knol (46), in 1995 al de eerste officiële Nederlandse kampioen op dit onderdeel, en jarenlang ongenaakbaar in de Nederlandse ultraklassiekers, de 120 van Texel en de Jan Knippenberg Memorial. Zijn laatste grote wapenfeit dateert uit 2005, een overwinning in de 120 van Texel. Na door omstandigheden een tijdje buiten beeld te zijn geweest, slaagde hij er nog niet weer in om die reeks klinkende resultaten voort te zetten. Zo viel hij uit bij de JKM 2008 en de 100 km van Deventer in 2009. Maar alles wees erop dat hij vastbesloten was bij dit NK de goede draad weer op te pakken. Jan-Albert Lantink had juist aangekondigd dat hij 2010 als zijn laatste echte wedstrijdjaar beschouwt, en nog graag eens een aanval op het twintig jaar oude 24 uursrecord van Ron Teunisse (261.475 km) zou doen. En Peter Rietveld staat erom bekend dat hij elke wedstrijd over 24 uur aangrijpt om zijn PR opnieuw te verbeteren. Kortom, ingrediënten genoeg om een boeiende wedstrijd te mogen verwachten. De heren hadden er zelf ook zin in, en gingen voortvarend van start met rondetijden die ambitieus genoemd mochten worden. Vooral Lantink zette er de sokken in, en won per rondje van bijna 2,1 km ongeveer een minuut op zijn naaste concurrenten. Knol en Rietveld ontliepen elkaar weinig in rondetijden. Na bijna vier uur wedstrijd gaf Wim Bart Knol tot verbazing van de meeste toeschouwers ineens op, want zijn rondetijden lieten nog weinig verval zien. Er kon hooguit geopperd worden dat zijn loopstijl er iets stroever uit zag dan men van hem gewend was. Niet lang daarna werd duidelijk dat het bij Jan-Albert Lantink ook niet meer probleemloos ging. Hoewel hij ogenschijnlijk vrij soepel doorliep, bleek uit zijn rondetijden dat de motor wat begon te haperen. De oorzaak bleek bij een pijnlijke adductor te zitten, die zich door paracetamol niet tot de orde liet roepen. Na crisisoverleg tussen atleet, trainers, coach en medische begeleiding viel in kamp Lantink de beslissing om de wedstrijd te verlaten.

De nummers twee en drie van het NK, Jan Suijkerbuijk (links) en Bob Stultiens, bij een nachtelijke finishpassage
Rietveld en Suijkerbuijk leggen aanzienlijke afstanden af
Toen de rookwolken van deze onverwachte ontwikkelingen eenmaal waren opgetrokken, bleek de Belg Tijskens in de open wedstrijd aan de leiding te gaan, terwijl Rietveld bij het NK in een rustige cadans bezig was om met stabiele rondetijden een basis teleggen voor een afstand die ruim boven de 200 km uit kon komen. Opvallend was zijn gedisciplineerde patroon in de verzorgingszone: zijn begeleiders reikten hem eten en/of drinken aan, en terwijl hij dat naar binnen werkte wandelden ze met hem op. Als team zouden ze dat 24 uur lang vol houden. Tot vreugde van de organisatie deed plaatsgenoot Jan Suijkerbuijk het ook uitstekend, en streed hij met Herman Jakobs en Henk Doorten om de plekken achter de leider. Maar in de nachtelijke uren vond er onder het deelnemersveld een ware slachting plaats, zowel bij het NK als in de open wedstrijd. Door kou, uitputting, blessures of mentale problemen kon de ene na de andere uitvaller worden genoteerd (ook leider Tijskens), en rond acht uur in de ochtend liep er nog maar een handjevol deelnemers op het parcours. Gelukkig vond een uur later de start van de zes uur plaats, waardoor het weer gezellig druk ging worden. Peter Rietveld kende weinig zwakke momenten, en liep overtuigend naar een nieuw PR (228.140 km) en prolongatie van zijn titel. Jan Suijkerbuijk bleef tot het einde soepel en met ontspanning lopen, en pakte zilver met een afstand die hij nog niet eerder had weten te halen (215.129 km). Voor Rietveld betekende dit resultaat de B-limiet van de IAU (220 km), en Suijkerbuijk verzekerde zich van de C-status (200 km). Het gevecht om brons werd een ware afvalrace. Jakobs verdween halverwege van het parcours, en Doorten, ambitieus gestart met 220 km als doelstelling, merkte al vrij snel dat de naweeën van zijn puike prestatie bij de JKM van april nog niet helemaal uit het lichaam waren verdwenen. Hoewel het dus niet zijn dag was bleef hij nog lang doorknokken, maar na zestien uur werd het verlangen naar rust toch te sterk. Een uur later moest Ferry van der Ent, die aan een sterke wedstrijd bezig was, door een plotselinge spierscheuring de handdoek in de ring gooien. Daardoor kreeg Bob Stultiens, die na vijftien goed verlopen uren een flinke inzinking meemaakte, ineens zicht op de bronzen medaille, net op een moment dat hij eigenlijk op wilde geven. Hij liet zich overhalen om eerst drie kwartier rust te nemen, en daarna met rustig wandelen te proberen weer op gang te komen. Hoewel er na de rust aanvankelijk nauwelijks beweging in zat, bleek de wet van het wonderbaarlijk herstel ook bij hem te werken. Af en toe slaagde hij er weer in om redelijk tempo te maken, en kwam hij zelfs grijnzend voorbij: “Ik beleef hier een hele wondere wereld”. Er zouden nog heel wat dipjes volgen, maar hij bleef wel in beweging en pakte brons met een nieuw PR (180.142 km).

Half zeven in de ochtend neemt Jannet Lange (rechts) een ronde voorsprong op Wilma Dierx
Vrouwen maken er een echte wedstrijd van
Vanaf de start bleven de drie favoriete vrouwen lange tijd dicht bij elkaar in de buurt lopen. Wilma Dierx, Majet Spoelder en Jannet Lange waren kennelijk allen van plan om hun huid zo duur mogelijk te verkopen. Tegen middernacht, na negen uur wedstrijd, was Majet Spoelder de eerste die in de problemen kwam. Ze ging zwalken, en was nauwelijks nog aanspreekbaar. Haar trainer Peter Stein vroeg zich zelfs af of ze niet beter uit de wedstrijd genomen kon worden. Zelf wilde Majet nog van geen opgave weten, en tijdens een lange wandelpauze probeerde ze weer wat eten en drinken naar binnen te krijgen en opnieuw op gang te komen. Dat lukte, en een tijdje later vroeg ze zich verbaasd af wat haar daarvoor eigenlijk overkomen was. Maar enkele uren later werd ze bevangen door de kou, en toen ze niet meer op temperatuur kon komen zag ze zich alsnog gedwongen om op te geven. Titelverdedigster Wilma Dierx liet zien dat ze het afgelopen jaar een stuk sterker is geworden. Met haar altijd vrolijke lach sloeg ze zich door moeilijke momenten heen, en bleef ze op koers voor een dik PR. Maar ze wist ook dat de kans groot was dat een PR niet eens voldoende zou zijn voor prolongatie van de titel. Haar naaste belager Jannet Lange liep vrijwel steeds in dezelfde ronde, en nam in de nachtelijke uren een lichte voorsprong. Tegen half zeven, toen het licht begon te worden, wist Jannet voor het eerst een volle ronde voorsprong te pakken. Met nog achtenhalf uur voor de boeg kon dat moeilijk de beslissing in de wedstrijd worden genoemd, maar achteraf lijkt dat moment wel van beslissende betekenis te zijn geweest. Want als de vermoeidheid groot wordt, en de verschillen klein zijn, kan het veel uitmaken of je een ronde speling hebt op je concurrenten, of dat je ergens nog een ronde terug moet zien te pakken. Jannet Lange leek in elk geval nieuwe energie uit deze voorsprong te putten. Ze hoefde nauwelijks te wandelen, en bleef technisch zeer verzorgd lopen. Ook bleef ze erop letten dat ze op tijd eten en drinken naar binnen kreeg. In de laatste uren bouwde ze haar voorsprong nog verder uit, om met een uitstekende afstand (192.984 km) de titel voor zich op te eisen. Wilma Dierx verbeterde haar beste prestatie met bijna 12 km, en kwam uit op 185.214 km. Dat betekende dat er bij dit NK twee vrouwen in waren geslaagd om de C-limiet van de IAU te halen (180 km), voor Nederlandse begrippen een ongekende weelde. Op grote afstand verlengde Regina van Geene haar abonnement op brons (131.461 km), maar zij ziet het NK ook voornamelijk als een goede training voor de etappelopen die op haar programma staan.
Ultradebuut Luc Krotwaar gaat niet door
Zondagochtend om negen uur ging de wedstrijd over zes uur van start. Vooraf ging de belangstelling vooral uit naar het ultradebuut van Luc Krotwaar. Al jaren lang had deze nationale marathontopper zijn interesse voor ultralopen laten blijken, maar in de praktijk was het er nog niet echt van gekomen. Vreemd genoeg koos hij voor zijn officiële debuut meteen voor één van de zwaarste trainingsvarianten bij de ultra, een zogenaamde “dubbeldekker”: op zaterdag in Steenbergen de marathon doen, en op zondag de zes uur. Insiders vroegen zich af wat hij eigenlijk van plan was, en hun verbazing werd groter toen ze zaterdagmiddag de eerste rondetijden van Krotwaar bij de marathon zagen. Hij liep een tempo dat tot een tijd onder de tweeënhalf uur zou leiden, sneller nog dan zijn tijd bij de marathon van Enschede. Helaas zou Krotwaar er niet aan toe komen om zijn ultraplannen in de praktijk te verduidelijken, want door darmproblemen haalde hij zelfs het einde van de marathon niet. Maar ook in de interviews na afloop (bijvoorbeeld hier op Hardloopnieuws) wist hij de twijfels niet weg te nemen. Er zit wat tegenstrijdigheid in zijn uitlatingen. Alles was voor hem nu nog “spielerei, want je moet ergens beginnen”. Maar een zware dubbeldekker kun je moeilijk als spielerei voor beginnende ultralopers beschouwen. Zijn doel in de zes uur zou geweest zijn om met een rustig tempo van ongeveer 12 km/uur te kijken of hij zo lang kon lopen (zijn langste duurloop was tot nu toe vier uur geweest). Maar op deze manier zou hij hooguit te weten zijn gekomen hoeveel uren hij een dag na een snelle marathon nog een heel rustig trainingstempo vol kan houden. Zou het niet zinvoller zijn geweest om fris aan de start te komen, en te kijken hoe lang hij nu al een tempo van pakweg 14 km/uur kan volhouden? Aan de ene kant toonde Krotwaar zich nuchter en realistisch (“misschien is 100 km wel te lang voor mij, een goede marathon garandeert geen goede 100 km”, “ik ben nu nog niet in staat goede wedstrijdultras te lopen, ik heb wel een paar jaar nodig om dat goed onder de knie te krijgen”), maar aan de andere kant liet hij doorschemeren volgend jaar al aan het WK 100 km in Winschoten mee te willen doen, terwijl hij tevens zegt pas een WK te willen doen als hij klaar is om de 100 km in 7 uur te doen. Hoe denkt hij dat te realiseren als zijn hoofddoel voor dit jaar een snelle marathon in New York blijft? Er blijven dus heel wat vragen leven over de wijze waarop Luc de overstap naar de ultra denkt te maken, maar de meeste mensen in het ultrawereldje zijn er wel van overtuigd dat hij de potentie heeft om hele mooie prestaties neer te zetten.

Petra Domhof
Martin Ketellapper en Petra Domhof excelleren op 6 uur
Mannen
De regerend nationaal kampioen op de 100 km, Martin Ketellapper, ging wel van start op de zes uur. En hoe! Zijn eerste 25 ronden gingen in een tempo van 14,7 km/uur, wat zou leiden tot een afstand van 88 km, een verbetering van de recordafstand van Wim Epskamp (87.212 km). In de beginfase had hij enige ronden gezelschap van Marc Papanikitas, maar deze sympathieke Belg moest hem al snel laten gaan. Martin bewoog zich ook opmerkelijk soepeler over het parcours, en Papanikitas hield zich aan zijn belofte om zichzelf niet weer in de vernieling te lopen. Na 50 kilometer besloot Marc het helemaal voor gezien te houden. Hij had onlangs last gekregen van inspanningsastma, en het leek hem verstandiger om niets te forceren. Ketellapper kreeg het na bijna vierenhalf uur duidelijk zwaarder, maar bleef geconcentreerd knokken voor een zo goed mogelijk resultaat. Zijn laatste anderhalf uur ging in 13 km/uur, en bracht hem naar een eindtotaal van 85.526 km, een uitstekende prestatie. Het verval in de laatste fase lijkt misschien wat te groot, maar bij 6 uurswedstrijden is dat niet zo erg. Zulke wedstrijden zijn juist uitermate geschikt om uit te proberen hoelang men in staat is een hoog tempo aan te houden. De ervaring en resultaten die een loper hierbij opdoet, stellen hem in staat om bij de veel belangrijkere kampioenschappen over 100 km de eigen mogelijkheden zo goed mogelijk in te schatten. Ketellapper heeft in Steenbergen in ieder geval aangetoond dat hij hard op weg is om in de komende jaren onze sterkste troef op de 100 km te worden.
Dames
Ook bij de dames waren er verrassend goede prestaties te noteren, vooral door relatief nieuwe gezichten op ultragebied. Petra Domhof en Mieke Hekkers hebben duidelijk talent voor ultralopen. Beiden deden vorig jaar mee aan de Zestig van Texel, en liepen begin april sterk bij de Halve JKM over 50 mijl. Was Hekkers de eerste vrouw in die Halve JKM, bij deze 6 uur van Steenbergen was het Domhof die de meeste kilometers wist af te leggen. Haar goede looptechniek was een streling voor het oog, en in de eerste uren leek zij lange tijd op weg om dicht in de buurt van de beste Nederlandse prestatie van Ida Verduin te komen (73.776 km). Maar in de laatste uren moest ze steeds meer terrein prijs geven, en zich tevreden stellen met een afstand van 70.654 km, nog altijd goed voor een vijfde plaats op de Nederlandse ranglijst van 6 uur. Ook Mieke Hekkers kwam tot een mooi resultaat: 68.052 km, wat een tiende plaats op die ranglijst opleverde. De vrouwenprestaties op beide onderdelen in Steenbergen wijzen erop dat Nederland op weg lijkt naar de sterkste lichting sinds jaren. Als die ontwikkeling doorzet, moet het mogelijk zijn om in de niet al te verre toekomst op zowel de 100 km als 24 uur tot een waardige afvaardiging naar de internationale kampioenschappen te komen.
Hier de uitslagen:
Overall klassement NK 24 uur
Klassement mannen Zes uur
Klassement dames Zes uur
© hardloopnieuws.nl
|
|