|
Gezonde voeding voor de
atleet
Carlien
Harms pleit voor gezonde voeding
Lopen op een broodje kaas en
een blikje cola
door Peter Alleblas
Dat koolhydraatrijke voeding voor een atletiekwedstrijd
aanbevolen wordt, is onder lopers genoegzaam bekend. Maar er zijn er
die zwoeren en zweren nog altijd bij een ingesleten voedingspatroon.
'Ik gebruikte enkele weken voor een grote wedstrijd alleen vet- en eiwitrijke
producten.'
Sportvoeding
Mag dat nog, een lekker bord met aardappelen, peultjes, een stukje vlees
en dat alles lichtjes overgoten met jus waarvoor je uiteraard een kuiltje
hebt gegraven? Of kun je beter een pastamaaltijd tot je nemen, vergezeld
van een rauwkostsalade?Sportvoeding, onontkoombaar
voor het leveren van een prestatie. Koolhydraten, eiwitten, vetten,
energiedrankjes, mueslireepjes, het hypermoderne 'gelletje'; (top)sporters
weten er alles van. In drie decennia tijd is sportvoeding tot een fenomeen
uitgegroeid; een fenomeen waarmee de één grillig omgaat
en de ander vasthoudt aan gebruiken en gewoonten. "De gemiddelde
sporter eet niet volgens de richtlijnen. Ze eten te weinig koolhydraten
en te veel vet. Ze grijpen snel naar pilletjes en poedertje", vindt
Carlien Harms, als diëtiste werkzaam bij de Voedingsadviesgroep
Utrecht.
De basis moet goed zijn
Harms is een voormalige topatlete, een loopster die op de 10 kilometer
en de cross excelleerde. Naar haar mening moet een sporter er allereerst
voor zorgen dat 'de basis' goed is. "Hiermee bedoel ik dat een
sporter onder meer voldoende groenten, fruit, koolhydraatrijke voeding,
vetten en eiwitten binnenkrijgt. Het is wel van belang wat een sporter
precies nodig heeft voordat je een passend voedingsadvies geeft. Als
je bijvoorbeeld een onregelmatig leven leidt, op onregelmatige tijden
werkt en niet altijd voldoet aan de vereiste richtlijnen, dan zul je
misschien extra vitaminen tot je moeten nemen."Volgens
Harms is de tijd van biefstukken eten voorafgaande aan een grote inspanning
volkomen passé. "Eén of twee weken voor een wedstrijd
vetten en eiwitten en enkele dagen ervoor veel koohydraten? Nee, dat
is echt ouderwets. Ja, vroeger, in de Tour de France namen ze eiwitten
en aten ze een biefstuk. Maar tegenwoordig eten ze bergen pasta's. Het
is gewoon beter om koolhydraatrijke voeding te eten zoals pasta, brood,
rijst en aardappelen. Geen vetten, want die leveren drie keer zo langzaam
energie."
Valentin eet gewoon
Jacques Valentin oogste net als Harms succes, alleen was de Wateringse
hardloper een topper op de langere afstanden. In de jaren tachtig finishte
hij eens als tweede in de Westland Marathon en kwam hij in de Marathon
van Rotterdam als derde over de meet. Valentin (48) heeft 2.13.45 als
snelste tijd achter zijn naam. Hij zwoer én zweert nog altijd
bij een zeer regelmatige trainingsopzet. "Ik train nog elke dag.
Om kwart over zes 's ochtends neem ik een bakkie koffie en om kwart
voor zeven loop ik een rondje van ongeveer drie kwartier."Evenmin
is hij afgestapt van zijn eetgewoonten. "Je had destijds nog geen
specifieke sportvoeding. Ik weet nog wel dat ik enkele weken voor een
grote wedstrijd alleen maar vet- en eiwitrijk voedsel. en nauwelijks
koolhydraten, dus bijna geen brood en pasta. Niet lang voor een wedstrijd
at ik wel pasta, maar dan mikte ik er niet een kwak saus op, want dat
was dan weer te vet. Verder at ik brood, aardappelen, taartjes."Carlien
Harms vindt dat je als sporter enige dagen voor een wedstrijd moet oppassen
met gerechten waarin veel vezels zitten. "En liefst niet te veel
maaltijden met peulvruchten of salades."
Babyvoeding
Dat sporters koolhydraten moeten 'stapelen' weten ze genoegzaam, maar
in de jaren zeventig was er in de ogen van Wim Verhoorn, één
van de organisatoren van de CPC loop en oud-trainer van Jacques Valentin,
'nog helemaal niets'. "Toen werd atleten het advies gegeven om
babyvoeding te nemen. Inmiddels weten we allemaal dat we enkele dagen
voor een wedstrijd het vlees moeten laten staan en dat we voedsel met
koolhydraten moeten nemen."
Doe maar gewoon
Sportdrankjes en allerlei soorten reepjes bestonden nog niet. Valentin:
"Ik dronk gewoon cola. Ik zorgde er wel voor dat de koolzuur eraf
was door van tevoren goed te schudden. Cola zorgde in elk geval voor
een soort cafeïneshot. En wat ik vooraf hooguit at was een broodje
kaas. Als ik nu bijvoorbeeld naar Vlaardingen loop, dat doe ik twee
tot drie keer per week, dan stop ik onderweg in Schipluiden en drink
ik cola. Even schudden om het koolzuur eruit te halen waardoor je ook
het boeren voorkomt. Ik heb de marathon van New York gelopen – daar
doe ik nu drie uur over – maar ook dan neem ik een gewoon ontbijtje,
net als twintig jaar geleden. Nam ik één boterham en bijna
altijd een banaan. Dat doe ik nog, maar niet te kort voor een wedstrijd.
Vlak voor de wedstrijd at en eet ik bijna niks meer."De
opmars van de drankjes en de reepjes heeft de Westlandse loper links
laten liggen. De nieuwste rage, de gel, wilde hij echter wel eens uitproberen.
"Het is een soort semi-vast product, in allerlei smaken. Ik heb
het in de marathon van New York gebruikt en het was super."Carlien
Harms: "De gel bevat onder meer koolhydraten en levert energie.
Je moet er wel tweehonderd milliliter water bij drinken. Naarmate je
langer loopt, helpt het, maar om ineens zo'n spul te gebruiken in een
wedstrijd werkt niet. Dan moet je geen wonderen verwachten. Je moet
het eerst een paar keer proberen in de training."Valentin
houdt trouw vast aan z'n cola. Drinken is sowieso uitermate belangrijk,
meent Carlien Harms. "Dat kan water zijn, maar ook een sportdrankje.
Dat wordt snel opgenomen en levert zo ook snel energie.
Experimenteren
"Wim Verhoorn: "Je moeten tijdens trainingen
leren drinken en eten en niet in een wedstrijd gaan experimenteren.
Echt, er zijn er al wat kapotgegaan omdat ze dingen bijvoorbeeld pas
in een wedstrijd gingen uittesten. Ik heb ze meegemaakt hoor, de atleten
die op marathon met de broek vol liepen. Voeding kon dan een oorzaak
zijn geweest, maar ook veranderde omstandigheden als een snijdende kou."En
dan heeft de sporter altijd nog de kans om wat extra's tot zich te nemen.
Voedingssupplementen bijvoorbeeld. Wiebo Kortmann importeert ze uit
Amerika. Kortmann werkte in de jaren negentig met onder anderen atletiektrainer
Henk Kraaijenhof. Halverwege de jaren negentig veroorzaakten de voedingssupplementen
een hype, tegenwoordig wordt er weer wat kritischer tegenaan gekeken.
Kortmann: "Een atleet kan supplementen gebruiken in een herstelperiode,
bij onder meer kleine blessures. Je kunt ze ook gebruiken, zeg driekwart
jaar voor een loop, ter voorkoming van blessures. Of ben je te zwaar
en kamp je met knie- of heupklachten, dan heb je er ook weer wat voor.
Je kunt een op maat gesneden programma samenstellen. Het werkt allemaal
preventief. Maar nogmaals, supplementen zijn slechts aanvullend."
©www.dehardloopkrant.nl
hardloopnieuws.nl ®
Klik hier om weer terug te gaan naar menupagina dinsdag 24 juni 2003

|